You are here

Koddestamper Saison 14-18

Den Grooten Oorlog en Bier

Tijdens wereldoorlog I kwam de brouwerijsector serieus onder druk te staan. Materiaal werd in beslag genomen, grondstoffen werden extreem schaars en knechten en helpers werden opgeroepen om in dienst te gaan en te gaan vechten voor het vaderland. Gerst werd vervangen door aardappelen, erwtenpeulen, bieten en maïs, paarden door ossen, koeien en honden. Na de oorlog werden de voormalige brouwers die niet de financiële armslag hadden om te investeren bieruitzetters voor de pilsbrouwerijen. Er bleven slechts een handvol hoge gistingsbrouwers over. Tijdens de oorlog verdeelden de Duitsers België werd in twee grote gebieden: het Etappengebiet en het Gouvernementsgebiet. Het Etappengebiet kreeg een militair bestuur, omdat ze gezien werd als het front voor de verdediging van de versterkte stad Antwerpen. Hoofdzetel was in Gent en Vlaanderen werd opgedeeld in 29 Komandanturen. Kommandantuur Lokeren bestond uit Lokeren, Daknam, Eksaarde, Moerbeke, Sinaai, Stekene, Kemzeke, Sint-Pauwels, Belsele en Waasmunster.

Den Doodendraad

De dodendraad was een elektrische versperring aan de grens tussen België en Nederland tijdens WO I. Het was de grens tussen oorlog en vrede. De dodendraad kwam er omdat Duitse soldaten er niet in slaagden om de kilometerslange rijksgrens hermetisch af te sluiten. De dodendraad zou verantwoordelijk zijn voor duizenden doden (electrocutie, doodgeschoten bij het proberen oversteken, ...). Cijfers spreken van gemiddeld 2,4 doden per lopende kilometer waaronder smokkelaars, boeren, kinderen, vluchtelingen ... Een van de factoren trouwens was dat electriciteit op dat moment niet echt een gekend fenomeen was.

Dendermonde

Op 5 & 6 september 1914 brandden de Duitsers Dendermonde plat (Ville Martyre). Er kwam een vluchtelingenstroom op gang naar alle richtingen zo ook richting Waasmunster en verder. Velen trokken te voet richting de grensstreek waarbij ze tijdens hun reis her en der onderdak kregen van burgers en herbergiers. Uiteindelijk botsten velen uiteindelijk op de fameuze dodendraad en kwamen tot het besef dat er niks anders opzat dan moe van ontbering en honger terug te keren waar ze vandaan kwamen.

Vestjeskermis en het ontstaan van de Koddestampers

“In 1885 , toen Karel Verstraeten burgemeester van Waasmunster werd, ontstond in de Neerstraat aan de Nerenmolen een wijkfeest dat naar de plaats van het gebeuren "Molekenskermis " werd genoemd. Op 11 juli 1885 overleed de herbergier van " De Fontein " , Petrus Van Roste en hij liet vrouw en kinderen achter. Dominicus Moens, een naaste gebuur, bekommerde zich om het lot van de voornoemde familie en wilde daar ook wat aan doen.
In de hoedanigheid van vaandrig bij de koninklijke harmonie Sint Cecilia en bijgevolg een goede vriend van burgemeester Verstraeten, stelde hij voor om op de derde zondag van september een wijkkermis te organiseren. De aanvrager verkreeg de toelating en centraliseerde de feestelijkheden in het lokaal " De Fontein " bij de weduwe van Petrus Van Roste. Met verscheidene spelen en vermakelijkheden startte men ook met een watertornooi als belangrijkste attractie.“
(bron : internet - Elke De Schryver).

Een voddeke papier met een recept erop gekribbeld

Tijdens de oorlog bleef de buurt het waterbaktornooi organiseren, soms met veel belangstelling van reizigers die toevallig passeerden en even bleven plakken om dit tornooi te zien. Het hoeft uiteraard niet gezegd te worden dat tijdens die woelige oorlogsjaren de sfeer wel niet altijd uitbundig en vol vertier was maar het liet te mensen toe eventjes hun miserie te vergeten. Het is tijdens die periode dat er vermoedelijk een recept werd doorgegeven voor een seizoensbier van de ene persoon op de andere (jaartal teruggevonden op dit papier : 1913). Tijdens de jaren daaropvolgend en het succes van de lage gistingsbieren raakte dit velletje papier met de receptuur echter in de vergetelheid en lag het stof te vergaren ergens op een zolder. Meer zelfs… Het raakte ondergedompeld in de vergetelheid. Maar niks blijft eeuwig verborgen en het blad papier kwam terug boven water rond 2005 bij de opkuis van de inboedel na het overlijden van Maria Callebert (mijn grootmoeder). Eind jaren ‘90 verhuisden wij immers van Hamme naar Waasmunster, wijk het Vestjen, (ikzelf, ouders, grootouders). Mijn ‘mit’ (grootmoeder) was een begenadigd rommelmarktbezoekster en vermoedelijk - we hebben het helaas nooit kunnen vragen - had zij destijds hier in Waasmunster een wandklok gekocht met daarin een compartiment met een aantal schijnbaar waardeloze papieren waaronder dit recept.

Doopnaam Koddestamper Saison 14-18

Vorig jaar stortte ik me verder op de ontcijfering van dat origineel papier. Een eerste probleem stelde zich dat de mouten waarvan sprake vandaag de dag (we spreken over quasi over 100 jaren in het verleden) niet meer onder dezelfde naam bestaan (Polders, Smyrna, Donau). Verder was er vooral sprake van Aalstersche en Beyersche hop. Vandaag de dag ook niet evident om die in te kopen. En als laatste : het recept werd gebrouwen op kolen. Dus nog een onoverkomelijk probleem. Al gauw werd het vrij duidelijk dat om tot een resultaat te komen wat aanpassingen vereist waren.
Uiteindelijk heb ik het dezelfde type aanduiding gegeven dan op een originele document : een saisonbier. De saison bieren werden oorspronkelijk door boeren gebrouwen in de winter om gedronken te worden door de seizoensarbeiders in het oogstseizoen. Men moest wel in de winter brouwen en extra hoppen om te voorkomen dat het bier slecht zou worden gedurende de bewaring.

Het huidige recept bestaat uit dezelfde verhoudingen als het origineel. Voor de mouten gebruik ik munchener, pils en caramout. Voor de hopsoorten ben ik bij een Hallertau Mittelfruh hop terecht gekomen en een deel Fuggles die in eigen tuin groeit. Dus ja : qua alfazuurgehalte een groot vraagteken maar dat is net het leuke eraan. Eén groot vraagteken was de gistsoort. Hierover heb ik niks teruggevonden. Een gevolg hiervan is dat ik drie brouwsels heb met 2 verschillende gistsoorten: een neutrale korrelgist en een vloeibare wyeast gist al dan niet gearomatiseerd met een geconcentreerd hopextract. Om trouw te blijven aan het origineel heb ik het bier niet gelagerd wat 't een troebele doorkijk geeft.

Dit bier was in primeur te proeven op het ambachtelijk weekend en kreeg overwegend positieve feedback met als kernwoorden 'neutraal biertje, goeie doordrinker, beetje bitter, kan ik er eentje meenemen'. Het voorontwerp van het etiket staat trouwens klaar. Nu wil ik enkel nog eens een brouwbeurt doen met saison gist. Als alles goed verloopt zal ie nog een keer te proeven zijn op de bierbeurs te Waasmunster op 13 december ... En misschien , zeer misschien, zal je voor het eerst ergens volgend jaar een Waasmunster oorlogsbier - in beperkte oplage - in een aantal winkelrekken kunnen terugvinden. Mensen die interesse hebben mogen in ieder geval (zonder verplichtingen) mij alvast een seintje geven via de gebruikelijke kanalen.

Danland Theme adapted by 'De Relatiebrouwer'